|
Het Verhaal van
Jos Olaerts. |
The story of
Jos Olaerts. (dutch) |
De SUZUKI AC50, in Amerika bekent onder de naam
MAVERICK, was van eind jaren 60 tot eind jaren 70 razend populair in
België. Duizenden en duizenden stuks hebben er over onze wegen gereden.
Ondertussen zijn ze helaas bijna helemaal verdwenen. Helaas, inderdaad,
want het was toch wel een speciale brommer. Oorspronkelijk ontworpen als
lichte motorfiets voor de Japanse markt, werd ie na een tijd ook naar
onze contreien uitgevoerd, weliswaar met een aantal (kleine)
wijzigingen, en dit om te voldoen aan de hier geldende reglementering
omtrent bromfietsen. Deze SUZUKI had dan ook alle kenmerken van een
echte motorfiets : knipperlichten, kick-starter, liefst 5 voetbediende
versnellingen, en noem maar op. Natuurlijk waren ook andere merken op
deze markt actief, ik noem maar YAMAHA, HONDA en een aantal Europese
merken zoals KREIDLER, ZUNDAPP, GARELLI, ect. Niettemin had SUZUKI met
zijn AC50 het grootste marktaandeel. Het gunstige prijskaartje dat aan
de SUZUKI hing was hier zeker niet vreemd aan : voor 20.000 oude
Belgische franken (medio jaren 70) had je een stoere, volledig
uitgeruste brommer. Een ideaal hebbeding om mee te pronken op de kermis
aan de "botsautotjes" ;
ook uitstekend geschikt om, nonchalant zittend
op de brommer, de meisjes op te wachten aan de plaatselijke Lycea,
of eindeloos rondjes te draaien rond het huis van dat ene hele mooie
meisje. Toch had de AC50 ook 1 nadeel : nieuw zijnde bedroeg de
topsnelheid amper 40 km/h, zoals dat wettelijk ook voorgeschreven was.
Maar dit euvel was makkelijk te verhelpen : de inlaatschijf werd driftig
met een plaatschaar bewerkt, en de motor werd voorzien van een "grote"
carburator. Hiermee werd het machientje reeds een flink stuk sneller: 70
en zelfs 80 km/h werd haalbaar, en het kon zelfs nog sneller. Echte
techneuten bewerkten de cilinder inwendig met vijl en slijpmachine, om
zo tot 100 km/h te gaan. Deze AC-tuners waren echter vrij zeldzaam; de
overgrote meerderheid van de AC50 eigenaars waren best tevreden met een
betrouwbare kruissnelheid van 70 km/h.
Eind jaren 70/begin 80 verdween de
SUZUKI AC50 van de Belgische markt. Ook gelijkaardige machines van
andere merken verdwenen uit beeld, en werden vervangen door ander
type's. Deze haalden echter nooit het succes van hun voorgangers.
Blijkbaar was het prijskaartje dat aan deze nieuwe generatie geschakelde
brommers kleefde te hoog, en de jongelui (of hun ouders?) gaven de
voorkeur aan de goedkopere automaten à la HONDA CAMINO ect.
Hiermee leek een hoofdstuk afgesloten, ook voor mij, want eens 18
jaar oud ruilden de AC50 bezitters met veel plezier hun oude brommer in
voor een eerste wagen of een zwaardere "echte" motorfiets. Het was
voor mij echter maar een tijdelijk afscheid; immers 25 jaar na mijn
laatste ritje met kon ik toevallig de hand leggen op een AC50 die nog
maar een paar dagen van de sloop verwijderd was. Mijn echtgenote wist
deze brommer staan in een oude opslagplaats, en wist tevens dat deze
opslagplaats dringend zou opgeruimd worden. Ze vermoedde dat ik wel eens
geïnteresseerd zou kunnen zijn , en aarzelde niet om mij op mijn werk te
contacteren. De korte beschrijving die zij me gaf was voldoende om mij
enthousiast te maken.
Diezelfde dag nog, na mijn dagtaak, ben ik de
bewuste brommer gaan opladen, gratis en voor niets nog wel.
Het betrof
een AC50 van het type 4, bouwjaar 1976, blauw van kleur en met een
rechthoekige benzinetank.
Een eerste inspectie kon mij allen
maar enthousiaster maken : weliswaar zat de motor vast (zuiger), maar
voor de rest was ie in vrij behoorlijke staat. Alleszins was de brommer
volkomen compleet; werkelijk geen enkel onderdeel ontbrak er aan. Zelfs
het origineel meegeleverde gereedschap was nog terug te vinden in het zo
typische opbergvakje aan de linkerzijde. Al vlug werd er begonnen
met de volledige demontage van de brommer, en hier reeds maakte ik een
grote fout. Ik heb immers nagelaten om foto's te nemen van de complete
brommer in de staat zoals ik hem heb verkregen. Deze foto's zal je op
deze site dan ook niet terugvinden. Mijn oorspronkelijk zo groot
enthousiasme werd door elk gedemonteerd onderdeel getemperd : zowat
ieder onderdeel had een grondige behandeling nodig. Enkele onderdelen
zoals het achterste spatbord en de kettingkast waren zelfs compleet
onbruikbaar wegens volkomen doorgeroest. Eens alles gedemonteerd was,
werden de stukken gerangschikt volgens de nodige behandeling :
Vervangen : oa. spatbord, kettingkast, lagers, dichtingen, ect.
Opnieuw laten chromeren (al dan niet met voorafgaand laswerk : voorste
spatbord, hitteschild.
Spuitwerk : tank, frame, motorblok, cilinder, ect.
Opnieuw
laten verzinken : pedalen, spaken, boutjes en moeren.
Poetsen en polijsten : plastic stukken zoals de lichtkapjes, chromé
bagagedrager, ect
Kuisen, herstelen en terug zwart maken van de rubber onderdelen
zoals voetjes, beschermprofielen, ect.
Nieuwe stickers en emblemen vinden : deze werden uiteindelijk door
een bekwame en bereidwillige drukker gemaakt.
Zoals u kan zien, een hele
waslijst, waar ik uiteindelijk 14 maanden zoet mee ben geweest. Veelal
was het vuil en vies labeur, maar toch was ook dit gedeelte van de
restauratie best aangenaam. Uiteraard was het opnieuw opbouwen van al de
behandelde onderdelen het summum. Natuurlijk moest er secuur en proper
gewerkt worden (met witte handschoentjes!), want nieuwe beschadiging van
de klare, afgewerkte onderdelen kon ik missen als kiespijn. Met ieder
onderdeel dat gemonteerd werd, herwon mijn SUZUKI zijn originele looks.
Ondertussen is hij helemaal klaar, en de eerste proefrit zit er al op.
Hij loopt als een klok, en maakt zelfs het zo typische, gedempte
AC50 geluid, zoals ik(en u wellicht ook) dat nog uit mijn jeugd
herinner.
Ondertussen heb ik goed en wel de sleutel-microbe te pakken, en kijk
ik uit naar een opvolger voor mijn SUZUKI.
Misschien wel een (replica)
50 cc wegracer uit de jaren 70, wie weet voorzien van een ….. AC50
motor.
Groetjes, Jos Olaerts
|